Both en De Bruijn Hexagon
Both en De Bruijn Icon

Van downgrading naar upgrading

DOOR: Dick Both

7 mei 2008

In beweging


Het aantal academisch opgeleide onderwijsmensen loopt terug. Dit werd schrijnend zichtbaar in het rapport Wie werken er in het onderwijs? van het Sociaal Cultureel Planbureau dat in 2006 verscheen. Sinds enkele weken weten we dat de situatie in het reformatorisch/christelijk onderwijs niet rooskleuriger is. Integendeel.

Academisch gevormde leraren maken landelijk gezien zo’n 35% van het onderwijzend personeel in het voortgezet onderwijs uit. Uit het DRS-onderzoek Mensen en meningen in het christelijk en reformatorisch onderwijs blijkt dat 18,7% van de respondenten uit het voortgezet onderwijs een academische opleiding heeft gevolgd. Dit percentage wijkt fors af van het landelijke cijfer. Zoomen we in op deze hoogopgeleiden dan blijken dit voor een groot deel oudere docenten te zijn. Is van de respondenten ouder dan 56 jaar nog 17% academisch opgeleid, in de leeftijdscategorie tot en met 25 jaar is dit slechts 2%. Overzien we de gehele arbeidzame leeftijd van de respondenten dan is een sterk dalende lijn zichtbaar naarmate de leeftijd daalt. Deze trend komt overeen met de landelijke ontwikkelingen.

De vraag die in dit verband naar boven kan komen, is of deze ontwikkeling nu inderdaad zo slecht is voor de leerlingen en het onderwijs. Natuurlijk is het niet per definitie zo dat een academisch opgeleide docent een kwalitatief betere docent is dan zijn collega met een HBO-opleiding. De erkenning hiervan kan academici – indien nodig – met twee voeten op de grond houden en het besef hiervan voorkomt wellicht een tweedeling in de personeelskamer. Anderzijds lijkt me hier sprake van een zeer ongewenste ontwikkeling. De heer Rinnooij Kan gaf in DRS Magazine van januari jl. aan dat de leraar een opleiding dient te hebben die een niveau hoger ligt dan dat van de groep leerlingen waaraan hij lesgeeft. Dit is momenteel in de bovenbouw vwo (en ook binnen het HBO) niet in alle situaties het geval en het voldoen aan deze voorwaarde zal steeds moeilijker worden. Daarnaast laat de afname van het aantal academisch gevormde leraren zich moeilijk rijmen met de toename van het aantal leerlingen in de bovenbouw van het vwo. Volgens berekeningen van het SCP steeg het aantal vwo-leerlingen tussen 2001 en 2005 met maar liefst 17%!

De stormbal is gehesen! Tijdens het onderwijscongres Mensen en meningen in reformatorisch en christelijk onderwijs zijn diverse suggesties gedaan om het onderwijs aantrekkelijker te maken (en te houden!) voor academici. HOS-akkoorden, functiewaarderingssystemen en lumpsumfinanciering ten spijt, zal dit niet gaan zonder een investering van de school, waarbij het terugdringen van de schaal 12 of LD-functie een halt wordt toegeroepen (een derde van de schaal 12-functies is verdwenen de afgelopen jaren, volgens onderzoek van Kessel en Sikkes, 2005) en er meer LD en LE (nieuw te introduceren doctorsschaal) worden gecreëerd. Alleen een flinke (financiële) impuls voorkomt dat academisch opgeleide docenten, met een eerstegraads bevoegdheid en lesgevend in de bovenbouw havo/vwo, ingeschaald zijn in LB (schaal 10). En deze docenten zijn er (nog), ook in het reformatorisch onderwijs!

Met ingang van het nieuwe cursusjaar start ook een academische lerarenopleiding primair onderwijs. Een goed initiatief van de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht! Al is de noodzaak in het primair onderwijs mijns inziens minder, de instroom van beginnende leerkrachten die naast een gedegen pedagogische en didactische opleiding ook een bachelordiploma onderwijskunde meenemen, lijkt me een welkome aanvulling op het team en kan nieuwe impulsen geven binnen de school. Wellicht maakt het het primair onderwijs nog interessanter voor vwo-leerlingen en mannen.

Geschreven door D.D. (Dick) Both

page2image6370048
page2image28980576
page2image6366976
page2image28974528
page2image28980352
page2image6368320
page2image28982032

Afkomstig uit: DRS 2008 – 5

page2image6368896

Delen

Both en De Bruijn Beeldmerk
Both en De Bruijn