Both en De Bruijn Hexagon
Both en De Bruijn Icon

Zomerschool niet de oplossing voor probleem van zittenblijven

DOOR: Dick Both

18 augustus 2015

Zittenblijven vraagt niet om een zomerschool, maar om permanente vorming en begeleiding, betoogt drs. Dick Both.

Ondanks de zomervakantie zijn vorige en deze week zo’n 7000 leerlingen alvast met het nieuwe schooljaar begonnen. Zij zijn door de school geselecteerd en hebben het ‘voorrecht’ om in twee weken van hun zomervakantie intensief aan de slag te gaan met een aantal vakken. Dit om te voorkomen dat ze alsnog blijven zitten en een jaar over moeten doen.

Vorige week maandag bezocht staatssecretaris Dekker een van de 125 zomerscholen, verspreid over het land. Hij geldt als belangrijke initiator van dit nieuwe fenomeen. De koepelorganisatie voor het voortgezet onderwijs –de VO-raad– heeft het initiatief verder uitgewerkt en geeft via haar website informatie en zelfs een overzicht van deelnemende scholen.

Het onderliggende probleem –het zittenblijven van te veel leerlingen– is hardnekkig en ingrijpend. Dat is de ervaring van veel scholen, ouders en soms ook van de doublerende leerlingen. Daarnaast kost het de samen­leving volgens berekeningen 
van het Centraal Planbureau zo’n 500 miljoen euro per jaar. 

De schade is indirect nog veel groter. Onder meer vanwege de vertraging van zittenblijvende leerlingen om de arbeidsmarkt te betreden. De aanpak van dit probleem moet daarom topprioriteit krijgen en bij de wortel aangepakt worden. 

Zomerscholen lopen echter het risico een verkeerd signaal af te geven aan de leerlingen en niet meer te zijn dan symptoom­bestrijding. Ik heb de afgelopen maanden bijna twintig potentiële zittenblijvers en hun ouders gesproken, samen met de mentoren en leerlingbegeleiders. Het waren vooral jongens, en velen van hen liepen vast in havo 3 en 4. Zittenblijven is voor deze leerlingen –in veel gevallen ooit begonnen op het vwo– inderdaad geen oplossing. Velen van hen hebben een hoge intelligentie, scoorden een hoge score op de Cito-eindtoets in groep 8, en zijn in veel gevallen prima in staat zich de lesstof eigen te maken. Desondanks blijven ze op grond van overgangsnormen zitten. 

Terecht noemde de staats­secretaris zittenblijven recent een „paardenmiddel.” En noemde hij enkele maanden geleden in de Volkskrant zittenblijven een „ouderwetse, dure en niet-motiverende manier om leerlingen erbij te houden.” Met de zomerschool –gesubsidieerd door de staatssecretaris– biedt hij een relatief goedkope manier om zo veel mogelijk leerlingen toch een overgangsbewijs te kunnen bieden. Dat klinkt sympathiek, maar het risico is groot dat deze leerlingen volgend jaar geen twee, maar drie weken zomervakantie nodig hebben voor de zomerschool 2016. 

In gesprekken met de leerlingen en hun ouders hebben we geprobeerd te begrijpen wat het zittenblijven heeft veroorzaakt en wat deze leerlingen nodig hebben om hun loopbaan –op school en daarna– op een goede manier te vervolgen. Veel leerlingen waren open en eerlijk: er waren te veel afleiders in de vorm van games, vrienden en internet, de zin om aan het werk te gaan ontbrak, het perspectief is nog niet aanwezig, en je weet niet waar je het allemaal voor doet. Sommige leerlingen bekenden dat ze per week nauwelijks één uur huiswerk maakten en leerden. En nauwelijks of zelfs niet nadachten over hun toekomst.

Veel van deze leerlingen zullen –vanwege veel urgentie­besef– de twee weken zomerschool met glans afsluiten. Dat gunnen we hun vanzelfsprekend van harte. En het initiatief van de staats­secretaris zal goed geëvalueerd worden. Maar hebben deze leerlingen geleerd verantwoordelijkheid te nemen als mens voor hun werk? Beseffen ze dat ze veel talenten hebben meegekregen van hun Schepper waarover ze ver­antwoording af moeten leggen? 

Op onze standaardvraag aan de leerlingen wat ze nodig hebben om wel leiding te leren geven aan zichzelf, antwoordden ze bijna allemaal: Ik heb ouders en docenten (en ook een (con)rector) nodig die mij controleren en scherp houden, ik heb een leeromgeving nodig waarin ik me kan focussen en waar geen mobieltje ligt of computer staat, ik heb iemand nodig die me bij de les houdt als het even niet lukt. 

Een zomerschool kan zijn waarde hebben, maar is symptoom­bestrijding. Veel van deze leerlingen hebben geen twee weken, maar een heel schooljaar lang vorming en begeleiding nodig om te leren leidinggeven aan zichzelf. Ze leren immers niet voor school, maar voor het leven. En hebben hun vakantie normaliter hard nodig om straks met veel energie en motivatie te starten met het nieuwe schooljaar, waarin veel van hen wordt verwacht en gevraagd.

Delen

Both en De Bruijn Beeldmerk