Both en De Bruijn Hexagon
Both en De Bruijn Icon

Een aantrekkelijke school functioneert als een levend lichaam

DOOR: Alex de Bruijn

25 september 2019

Basisscholen in ons land kampen al jaren met het probleem van een lerarentekort. Voor de korte termijn bieden het beschikbaar stellen van extra middelen voor de scholen, het stimuleren van zij-instroom en het verhogen van de salarissen wellicht wat soelaas, maar voor de langere termijn ligt er vooral een uitdagende opdracht voor de scholen zelf.   

Externe maatregelen om het leraarsvak aantrekkelijker te maken en de vacatures te lijf te gaan zijn zonder twijfel hard nodig, maar vormen voor de langere termijn niet de sleutel waarmee de deur naar onderwijsland uitnodigend open gaat. Om dat te bereiken zullen de scholen zelf het voortouw moeten nemen. Daar ligt de sleutel. De kernvraag hierbij is: wat straalt het onderwijs in het algemeen en wat stralen de scholen in het bijzonder uit? Hoe groot is de aantrekkingskracht en het wervend vermogen van scholen en de mensen die er werken?   

De vraag is of de school een plek is waar je graag wilt werken; of het leraarsvak een ambacht is waar je met trots en passie over spreekt; of de school een gemeenschap vormt waar je koste wat het kost deel van uit wilt maken; of je je bewust bent van de niet te onderschatten waarde die je als leraar of onderwijsassistent toevoegt in het leven van jonge mensen.
De wijze waarop onderwijsmensen in houding en gedrag ‘antwoord geven’ op deze vragen bepaalt voor een belangrijk deel het imago van het onderwijs en daarmee de aantrekkelijkheid van het vak.    

Ik ben ervan overtuigd dat gemeenschapszin op school en het ervaren van de school als een gemeenschap cruciaal is voor een positieve uitstraling. Een school die functioneert als een gemeenschap vormt een aantrekkelijke plaats om te leren, te werken en te leven. Het is bekend dat mensen de behoefte hebben om zich onderdeel te voelen van een collectief. Het Ubuntu principe, een filosofie uit het zuidelijke deel van Afrika dat zoiets betekent als ‘ik ben omdat wij zijn’, geldt wel in heel bijzondere zin voor scholen. Christelijke scholen zijn het aan hun stand (lees: grondslag) verplicht om verdieping aan te brengen in dit grotendeels humanistische Ubuntu principe. De Bijbel reikt daar door de persoon van Paulus een prachtig beeld voor aan. Hij gebruikt het beeld van het lichaam. Het mag zo zijn dat Paulus dit beeld toepast op de christelijke gemeente en dat je niet zomaar een isgelijkteken kunt plaatsen tussen een school en een gemeente, toch denk ik dat er veel overeenkomsten zijn tussen een goed functionerende gemeenschap op een school en een christelijke gemeente in de ware zin van het woord. Het gaat daarbij zowel over eenheid als over verscheidenheid. Niets in het lichaam is hetzelfde, maar het hangt volledig samen. De hand kan niet tegen de voet zeggen dat hij hem niet nodig heeft. Alle (team)leden hebben unieke eigenschappen en zijn met elkaar nodig om het lichaam goed te laten functioneren. Zoals bij een lichaam de besturing komt uit het hoofd zo is dat precies zo in de christelijke schoolgemeenschap. Christus is, met eerbied gesproken, het ware Hoofd der school! Het daarvan afgeleide leiderschap in de schoolgemeenschap is gegeven om het lichaam te laten groeien in verscheidenheid tot eenheid en volwassenheid. Het is wel nodig om te bedenken dat bovengenoemde alleen geldt voor een lichaam dat leeft. Anders zijn de delen wel aanwezig maar functioneren ze niet.      

Hoe meer een schoolgemeenschap functioneert als een levend lichaam hoe krachtiger de uitstraling en hoe meer aantrekkingskracht een school zal hebben. Daarmee zijn de problemen waar scholen mee te kampen hebben niet morgen opgelost. Maar naast het feit dat dit een opdracht is die christelijke scholen zichzelf moeten geven, zal het op den duur onherroepelijk vruchten afwerpen in het belang van het (imago van het) onderwijs en de scholen en tot meerdere glorie van God.  

Ik wens alle scholen veel gemeenschapszin, positieve uitstraling en onweerstaanbare aantrekkingskracht toe!

Gepubliceerd op 6 september 2019 in het Reformatorisch Dagblad

Delen

Both en De Bruijn Beeldmerk