Both en De Bruijn Hexagon
Both en De Bruijn Icon

De ‘strijd’ om ruimte in de school

DOOR: Dick Both

7 mei 2007

In beweging


Een aantal recente berichten uit de media deden me de wenkbrauwen fronsen. Er lijkt namelijk een ‘strijd’ op handen te zijn (gekomen) tussen het management van de scholen en de leraren. Beide partijen laten van zich horen. Minister Plasterk kiest voor de leraren, zo berichtte de Volkskrant. Plasterk vindt dat de leraar het weer voor het zeggen moet krijgen. Op een vakbondcongres gaf de minister aan dat de zeggenschap van de leraren ten koste mag gaan van de veel te dikke ‘bureaucratische leemlagen van directeuren’ in het onderwijs.

De ‘leemlaag’ laat het er niet bij zitten. Als door een wesp gestoken reageert AVS- voorzitter Ton Duif. De voorzitter van de Algemene Vereniging van Schoolleiders neemt de strijdbijl op. ‘De minister schoffeert ons’, zo schrijft hij in een open brief. ‘De directeuren, die zeker geen fortuin verdienen en niet functioneren als een bestuurlijke kleilaag, voelen zich behoorlijk miskend’. Ik vrees dat de ‘strijd’ tussen deze partijen niet beperkt blijft tot wat ‘losse flodders’ over en weer in de media. Wellicht woedt deze ‘strijd’ wel meer dan we denken als een veenbrand in sommige scholen.

Een mogelijke verklaring van dit probleem met destructieve gevolgen trof ik aan in een OESO-rapport met de titel Schoolleiders in Nederland (2007). Het rapport biedt veel interessant onderzoeksmateriaal. In de paragraaf over actuele thema’s wordt onder de noemer ‘Ruimte voor leraren’ gerefereerd aan deze ‘strijd’. De verklaring hiervoor wordt gezocht in de toegenomen autonomie van de scholen. De onderzoekers benadrukken de belangrijke rol die de schoolleiders hebben om die ruimte samen met de leraren in te vullen. En omdat het onderwijs zelf als kernproduct van de sector verzorgd wordt door de leraren en niet door de schoolleiders, dient de ruimte die scholen hebben gekregen, doorvertaald te worden naar ruimte voor leraren, zo schrijven de onderzoekers. Ook hebben zij nota genomen van de roep van diverse organisaties van leraren die propageren dat de ruimte die de leraar als professional in de onderwijsinstelling dient te krijgen, groter moet worden. Een stap die in veel scholen nog gezet moet worden, zo meldt het rapport.

De toegenomen autonomie van de scholen vraagt dus om een hernieuwde bezinning waar het de ruimte tussen management en docentenkorps betreft! Alleen zo kan een patsstelling voorkomen of opgelost worden. Hierbij dienen we allen te beseffen dat de school niet van het management en het onderwijs niet van de leraar is. Management en leraren staan in dienst van een gemeenschappelijke opdracht: bijdragen aan de vorming en ontwikkeling van de lerende jongere tot verantwoordelijke, God naar Zijn Woord dienende burgers. De relatie tussen management en leraar staat in functie van die opdracht en vormt de basis voor een gesprek dat in sommige scholen hoognodig gevoerd moet worden. Om dit gesprek goed te kunnen voeren is vertrouwen, lef, leiderschap en professionaliteit nodig.

En de gesprekspunten voor deze dialoog? In ieder geval een gezamenlijke zoektocht naar de missie van de school, naar de gemeenschappelijke waarden waarmee de betrokkenen hun werk willen doen. Wat vraagt dit van elkaar? Welke ruimte geven we elkaar daarbij? En wat mogen bestuurders, ouders en leerlingen van ons verwachten?

Geschreven door D.D. (Dick) Both

Afkomstig uit: DRS 2007 – 7

page1image6539328
page1image28959488
page1image6539712
page1image28959376
page1image28959712
page1image6545664
page1image28959600
page1image6547008

Delen

Both en De Bruijn Beeldmerk